Weblog

Kwaliteit

Vroeger was kwaliteit in de gezondheidszorg vanzelfsprekend. Als je ziek was ging je naar de dokter. Deze man (want vroeger was dat altijd een man) was alwetend, stelde een feilloze diagnose en als hij je niet kon helpen, bracht een specialist heel misschien nog uitkomst.

Vandaag de dag zijn veel deskundigen, ook medici, hun vroegere aureool kwijtgeraakt. Want wij zijn nu mondige patiënten en wij wantrouwen autoriteiten. Daar zijn we overigens niet gelukkiger van geworden. Op internet kun je veel feitenkennis opdoen over je vermeende ziekte, maar je kunt die feitenkennis slecht omzetten in een behandelplan. En soms lijkt het alsof je huisarts het ook niet kan. Want zij (tegenwoordig immers steeds vaker een vrouwelijke parttimer) vraagt aan je, nadat je haar je symptomen hebt verteld: “Wat denk je zelf dat het is?” Ergerlijk, want je wilt behandeld worden en niet geëxamineerd.

Maar jouw huisarts heeft geleerd dat zij (we houden het gemakshalve op een ‘zij’) in dialoog met de patiënt tot een behandeling moet komen. En zij weet dat zij hier ook op wordt afgerekend bij de talloze kwaliteitstoetsen die zij moet ondergaan. Maar jij, de patiënt, weet dat niet. Dus als je met haar advies naar buiten komt, begint de twijfel: is dit wel de goede aanpak? Even googelen en je vindt vier recensies over haar prestaties: gemiddeld een zeven. Niet slecht, maar ook niet heel goed. Waarom geven die patiënten zo’n rapportcijfer? Het beoordelen van vaardigheden, van taartenbakken tot zangkwaliteiten, is in de mode. Dus waarom zou je niet ook de kwaliteit van huisartsenzorg meten? Prima, maar zorg is géén kwestie van smaak. Vakkennis die inhoudelijk en procedureel op orde is - dat moet het vertrekpunt zijn voor de beoordeling van de kwaliteit van zorg. Maar daarnaast heb je dat speciale extra dat van een goede vakvrouw een echte dokter maakt, en juist dat onttrekt zich aan onze turvende waarneming. Het is een koppig, complex en ondefinieerbaar mengsel van intuïtie, menslievendheid en vertrouwen inboezemend gedrag.

Ik was zes jaar toen onze huisarts zijn praktijk staakte en in het ziekenhuis ging werken. Hij kwam langs om afscheid te nemen. Daar stond hij, een lange, benige man met vuurrood haar, in onze piepkleine woonkamer. Een weemoedig moment. Mijn moeder mocht hem, ze zou hem missen, dat voelde ik. Hij boog zich naar mij over, nam mijn hand voorzichtig in de zijne en vroeg: “En jochie, wat wil jij later worden?” Verlegen antwoordde ik: “Ik weet het nog niet, meneer.”
“Dan moet je maar dokter worden”, zei hij vriendelijk, “dat is een heel mooi vak.” En daar ging hij. Nog urenlang hing er in ons huis een zweem van zijn warme aanwezigheid. Probeer dat maar eens te meten.

Martin van der Graaff is adviseur bij Zorginstituut Nederland.

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

  • Beste Martin, je hebt hierbij een boeiend stukje geschreven.
    Alleen merk ik als chronisch patiënt met een eigen willetje, geen handige combinatie, dat er veel veranderd is binnen de Gezondheidszorg en niet altijd ten beste. Ik loop al een groot deel van mijn 55 jaar in het medische circuit rond en naar verschillende artsen en heb aardig wat vergelijkingsmateriaal aan ervaringen opgebouwd.
    Het is een bedrijfscultuur geworden waar veel artsen in meedraaien van 09.00-17.00 uur bij wijze van spreken, "wat denk je zelf dat het is" wordt vaak geopperd, te lange wachttijden voordat je weer een keer terecht kunt bij je behandelende arts, lang wachten met onderzoeken terwijl je als patiënt toch duidelijk de symptomen aangeeft van je klachten, zoeken naar alternatieven met een bepaalde schroom, een band opbouwen met een arts gaat moeilijker dan vroeger want dan belde je en kon je vrij snel komen, bij opnames merk ik dat er vaker langs elkaar heen gehandeld wordt, teveel zelfredzaamheid verwacht wordt van de patiënt,....
    Kortom het is geen pretje om tegenwoordig een chronisch ziek mens te zijn!

    Van: I.E Hartog | 19-04-2017, 10:01