Bijna € 8 miljoen voor onderzoek naar verminderen beroertes bij hartritmestoornis

Patiënten met boezemfibrilleren die geen bloedverdunners kunnen gebruiken vanwege een verhoogde kans op bloedingen of andere contra-indicaties, hebben een hoog risico op beroertes. Sluiting van het linker hartoor - een uitstulping van de linkerboezem - kan dit risico verminderen en de levenskwaliteit van deze patiënten verbeteren. 14 Nederlandse ziekenhuizen starten binnenkort met een patiëntenonderzoek om de effectiviteit van deze katheter-ingreep te kunnen aantonen. Het onderzoek wordt gefinancierd met een subsidie van € 7,7 miljoen uit de regeling Veelbelovende Zorg van Zorginstituut Nederland en ZonMw. Bij bewezen effectiviteit zal de behandeling in het basispakket worden opgenomen en als verzekerde zorg worden vergoed.

De foto toont de handen van een arts die een digitaal hartfilmpje uitleest
©Hollandse Hoogte

Meer dan € 13 miljoen voor Veelbelovende Zorg

Het onderzoek naar linker hartoor-afsluiting bij patiënten met boezemfibrilleren en een verhoogd risico op beroertes, is 1 van in totaal 4 klinische onderzoeken naar veelbelovende, nieuwe behandelingen die op 18 juni 2020 samen in totaal € 12,8 miljoen subsidie hebben gekregen uit de regeling Veelbelovende Zorg. Deze regeling bestaat sinds 2019, wordt uitgevoerd door Zorginstituut Nederland en medisch onderzoeksfinancier ZonMw, en bevordert dat Veelbelovende Zorg sneller het basispakket kan instromen. "Vooral de zorgkosten tijdens onderzoeken zijn vaak hoog en lastig te financieren," aldus Yuri Souwer, projectleider Veelbelovende Zorg van het Zorginstituut. De regeling Veelbelovende Zorg financiert naast de onderzoekskosten ook die hoge zorgkosten zodat onderzoekers gegevens over de effectiviteit kunnen verzamelen. De regeling bevordert daarmee opname van Veelbelovende Zorg in het basispakket. Op basis van het wetenschappelijk bewijs neemt het Zorginstituut aan het eind van het onderzoekstraject binnen 6 maanden een standpunt in of zorg voldoet aan ‘de stand van wetenschap en praktijk’ en daarmee verzekerde zorg is.

Vooral bij oudere Nederlanders

Boezemfibrilleren is een veel voorkomende hartritmestoornis waar veel oudere Nederlanders last van hebben. Hierbij neemt de pompfunctie van het hart af waardoor de bloedstroom vertraagt (met name in het linker hartoor) en er stolsels in het bloed kunnen ontstaan. Daarmee neemt de kans op een beroerte toe. De meeste patiënten krijgen om die reden bloedverdunners voorgeschreven, maar bij ongeveer 5% van de mensen die met boezemfibrilleren in het ziekenhuis terecht komen, is dit niet mogelijk. Vanwege een andere, (soms aangeboren) aandoening lopen zij bij het gebruik van antistollingsmiddelen een te groot risico op bloedingen. Omdat zij geen antistollingsmiddelen mogen gebruiken, hebben zij een groter risico op beroertes dan de groep die wel deze middelen krijgt.

Nog geen optimale behandeling

Verschillende internationale studies geven aanwijzingen dat de afsluiting van het linker hartoor bescherming biedt tegen het optreden van een beroerte. Het gesubsidieerde onderzoek moet voor Nederland het definitieve bewijs leveren dat linker hartoor afsluiting effectieve zorg is die in het basispakket thuishoort. "Linker hartoor-afsluiting vindt al beperkt in Nederland plaats", vertelt cardioloog en onderzoeksleider prof. dr. Lucas Boersma van het St. Antonius Ziekenhuis. "Deze ingreep verrichten wij zo’n 30 keer per jaar op basis van 'compassionate use', wat inhoudt dat de kosten uit andere onderzoeksbudgetten en uit het ziekenhuisbudget worden betaald. Meer is nu niet mogelijk, we kunnen de grote groep nog geen optimale behandeling bieden."

Hoge kosten voor de maatschappij

De gehonoreerde studie gaat 6 jaar duren en er doen 600 patiënten uit heel Nederland aan mee. Boersma: "Het gaat erom het bewijs te leveren dat deze behandeling het verschil maakt ten opzichte van de huidige praktijk van niet-behandelen. Minder beroertes plus de wetenschap voor patiënten dat hun risico minder is, betekent niet alleen een sterke verbetering van de kwaliteit van leven. Er zijn ook minder kosten voor de maatschappij. De verpleeg- en revalidatiekosten na een beroerte zijn hoog."