Verdiepende analyses: stijging en daling zorgkosten in beeld

Een helder zicht op de ontwikkeling van zorgkosten. Dit biedt het rapport 'Verdiepende analyses zorglasten Zvw 2015' dat begin oktober 2018 is verschenen. De kostenontwikkelingen voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) worden in het rapport over een reeks van 4 jaar geanalyseerd, tussen 2013 en eind 2016. Een opvallende gesignaleerde ontwikkeling is de stijgende kosten voor huisartsenzorg.

Trends in de uitgaven beter inzichtelijk

Het rapport Verdiepende analyses zorglasten Zvw 2015 is met name bedoeld voor beleidsmakers maar is zeker ook voor een breder publiek interessant. De diepgaande analyses maken trends in de uitgaven beter inzichtelijk en bieden onderbouwde verklaringen voor opvallende stijgingen en dalingen in het kostenverloop over een langere periode. Juist de combinatie medisch-specialistische kennis en data-expertise waarover het Zorginstituut bij uitstek beschikt, maakt het mogelijk de kostenontwikkelingen inhoudelijk scherp te kunnen duiden.

Stijgende kosten huisartsen, daling GGZ

Uit de analyses van het Zorginstituut komt onder meer naar voren dat de totale zorglasten in de Zvw tussen 2013 en 2016 met 8% zijn gestegen naar € 39,6 miljard. Dit is vooral toe te rekenen aan de overheveling van zorg – met name verpleging en verzorging – vanuit de Algemene Wet Bijzondere Zorgkosten (AWBZ) naar de Zvw. In dezelfde periode zorgt de overheveling van zorg vanuit de Zvw naar de Jeugdwet bij de GGZ voor een kostendaling van 18%. Per verzekerde is de bijdrage aan GGZ tussen 2013 en 2016 gedaald van € 236 miljoen naar € 192 miljoen. De gemiddelde kosten per cliënt in de GGZ zijn in dezelfde periode sterk gestegen. De oorzaak lijkt te zijn dat GGZ-zorg steeds complexer en daardoor duurder is. Mensen met een minder ingewikkelde problematiek komen bij de praktijkondersteuner huisarts of de basis-GGZ terecht en niet meer in de specialistische GGZ.

Huisartsenzorg wordt duurder

De kosten voor huisartsenzorg stijgen van € 2,7 miljard in 2013 naar € 3,1 miljard in 2016. Oorzaken zijn onder meer de toenemende inzet van de praktijkondersteuner huisarts (POH) GGZ, zorgvernieuwing en een toename van multidisciplinaire zorg voor chronische patiënten. De kosten voor wijkverpleging stegen in de onderzochte periode eveneens, van € 3.103 miljoen in 2015 naar € 3.233 miljoen in 2016. Omgerekend per verzekerde komt dit neer op € 7 per jaar extra. Door de invoering en opmars van de zogeheten experimentele bekostiging in de wijkverpleging, verwacht het Zorginstituut dat het lastiger wordt de ontwikkeling van geleverde uren zorg in deze sector de komende jaren goed te kunnen blijven duiden.

Structureel de vinger aan de pols

De verwachting is dat de kosten in de zorg de komende jaren verder zullen stijgen. Met de Verdiepende analyse zorglasten die periodiek moet gaan verschijnen, wil het Zorginstituut de vinger aan de pols van deze kostenontwikkeling houden voor het behoud van een financieel gezond stelsel van gezondheidszorg.

Ingewikkeld financieringssysteem

Het Zorginstituut is verantwoordelijk voor het beheer van de 2 fondsen waaruit de zorg wordt betaald die valt onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). In het Financieel Jaarverslag Fondsen legt het Zorginstituut elk jaar verantwoording af over de kosten en baten van dit ingewikkelde financieringssysteem waarin jaarlijks miljarden euro’s omgaan. Om de transparantie verder te vergroten, analyseert het Zorginstituut sinds 2 jaar de kosten over een reeks van jaren aan de hand van gepseudonimiseerde zorgdeclaraties. Dit zijn data die dusdanig zijn versleuteld dat die niet te herleiden zijn naar een persoon of personen.