Zorginstituut stelt indicatoren van Zorgstandaard Integrale Geboortezorg vast

Zorginstituut Nederland heeft de indicatoren die behoren bij de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg op 1 juni 2017 vastgesteld. In deze standaard wordt voor elke fase van de zwangerschap de noodzakelijk geachte zorg voor de zwangere beschreven. Met de indicatoren kan de kwaliteit van de geleverde geboortezorg nu ook daadwerkelijk worden gemeten. Daarmee is de zorgstandaard compleet en kunnen de betrokken partijen deze nu volledig invoeren.

Geboortezorg

Inzicht in kwaliteit geleverde geboortezorg

Indicatoren geven inzicht in de kwaliteit van de verleende zorg. De indicatoren die behoren bij de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg, zijn onderverdeeld in drie categorieën:

  1. Zorginhoudelijke indicatoren: wat zijn de uitkomsten van de geboortezorg? Bijvoorbeeld: hoeveel bevallingen vinden er thuis plaats en hoeveel in het ziekenhuis?
  2. Cliëntervaringsindicatoren: hoe hebben zwangeren de geboortezorg ervaren?
  3. Klantpreferente indicatoren: wat vinden zwangeren belangrijk in de geboortezorg?

Van de uitkomsten kunnen zorgaanbieders leren en hun werk waar mogelijk verbeteren. Voor zwangeren wordt het maken van keuzes voor een zorgaanbieder hierdoor gemakkelijker. Verzekeraars kunnen de informatie gebruiken bij het contracteren van zorgaanbieders.

Invoering Zorgstandaard Integrale Geboortezorg van start

Met het toevoegen van de geaccordeerde indicatorenset is de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg compleet. De cliëntversie en het implementatieplan waren al eerder bij de zorgstandaard opgenomen op de website Zorginzicht. De betrokken partijen kunnen de standaard nu volledig gaan invoeren. Het College Perinatale Zorg heeft hierin een voortrekkersrol.

Totstandkoming indicatoren onder regie van Zorginstituut

Het opstellen van de indicatoren is de verantwoordelijkheid van de partijen die bij geboortezorg zijn betrokken: ‘patiënten’ (zwangeren), zorgaanbieders (met name verloskundigen, gynaecologen en kraamzorgers) en zorgverzekeraars. Het is deze partijen niet gelukt om het voor 1 april 2017 eens te worden over een volledige set indicatoren. Daarom heeft het Zorginstituut besloten de regie over de totstandkoming van de indicatoren over te nemen. Dat hield in dat het Zorginstituut de Kwaliteitsraad heeft gevraagd om vóór 1 juni 2017 een volledige set indicatoren op te stellen en deze bij het Zorginstituut voor te dragen voor opname in het openbaar Register.

Draagvlak bij betrokken partijen

Bij het opstellen van de indicatoren heeft de Kwaliteitsraad gebruik gemaakt van de indicatoren die de betrokken partijen al eerder met draagvlak hadden ontwikkeld. Vervolgens heeft de Kwaliteitsraad de conceptindicatorenset ter consultatie naar deze partijen gestuurd en hun reacties gewogen, en waar mogelijk verwerkt in de definitieve indicatorenset. Deze set is op 30 mei 2017 aangeboden aan het Zorginstituut. De Raad van Bestuur van het Zorginstituut heeft de indicatoren op 1 juni 2017 definitief vastgesteld.