Zintuiglijk gehandicaptenzorg (ZG-zorg) omvat multidisciplinaire zorg voor mensen met een visuele of auditieve beperking, of een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis.

Wat is ZG-zorg en wat niet?

Het doel van ZG-zorg is om de verzekerde zo zelfstandig mogelijk te kunnen laten functioneren.
De ZG-zorg bestaat uit:

  • diagnostiek (het vaststellen van de ernst van de beperking en de zorgvragen die daaruit voortvloeien)
  • interventies die zich richten op het psychisch leren omgaan met de handicap
  • interventies die de beperking opheffen of compenseren en daarmee de zelfredzaamheid vergroten

 
Onder de ZG-zorg valt niet:

  • de complexe, langdurige en levensbrede ondersteuning aan volwassen doofblinden en volwassen prelinguaal doven
  • zorg of ondersteuning om maatschappelijk te functioneren

Visuele beperking

Diagnostiek in verband met een visuele beperking

Of sprake is van een visuele beperking wordt vastgesteld met toepassing van 'evidence based' richtlijnen van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG). In deze NOG-richtlijnen voor diagnostiek voor vaststelling van een visuele beperking staat, dat sprake is van een visuele beperking bij:

  • een gezichtsscherpte van < 0.3 aan het beste oog,
  • een gezichtsveld < 30 graden, of
  • een gezichtsscherpte tussen 0.3 en 0.5 aan het beste oog met daaraan gerelateerde ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren.

Zorg in verband met een visuele beperking

De zorg aan mensen met een visuele beperking bestaat voor een groot deel uit kortdurende extramurale zorgtrajecten (zorg die gegeven wordt buiten het ziekenhuis of zorginstelling). De ZG-zorg is erop gericht om de verzekerde zo zelfstandig mogelijk te kunnen laten functioneren door het (psychisch) leren omgaan met de beperking of het opheffen of het compenseren van de beperking.
Zorg die betrekking heeft op het ondersteunen bij het maatschappelijk functioneren vallen niet onder de ZG-zorg.

Auditieve beperking

Diagnostiek in verband met een auditieve beperking

Of sprake is van een auditieve beperking wordt vastgesteld met toepassing van 'evidence based' richtlijnen van de FENAC. In deze  FENAC-richtlijnen voor diagnostiek voor vaststelling van een auditieve beperking staat dat er sprake is van een auditieve beperking als:

  • het drempelverlies bij het audiogram ten minste 35 dB bedraagt, verkregen door het gehoorverlies bij frequenties van 1000, 2000 en 4000 Hz te middelen, of
  • als het drempelverlies groter is dan 25 dB bij meting volgens de Fletcher index, het gemiddelde verlies bij frequenties van 500, 1000 en 2000 Hz.

Zorg in verband met een auditieve beperking

Het zorgtraject bij een auditieve beperking start met audiologische hulp. Deze hulp valt niet onder de ZG-zorg, maar is wel zorg uit het basispakket. Deze audiologische hulp bestaat uit:

  • diagnostisch onderzoek van de gehoorfunctie,
  • advisering van de verzekerde over aan te schaffen gehoorapparatuur
  • voorlichting aan de verzekerden met betrekking tot het gebruik van de apparatuur

Informatie over hulpmiddelen voor slechthorenden en doven is te vinden op de pagina 'Hulpmiddelen voor slechthorenden en doven (auditieve hulpmiddelen) (Zvw)'.

De ZG-zorg aan mensen met een auditieve beperking wordt geleverd door keel-neus-en-oorartsen (kno-artsen), audiologische centra en zorgverleners in de zintuiglijk gehandicaptensector.
Voor mensen met een gehoorbeperking kunnen onderdelen van ZG-zorg zijn:

  • activiteiten om alternatieve communicatievormen te leren, zoals leren van Nederlandse Gebarentaal
  • omgaan met de impact van de beperking en vergroten van zelfredzaamheid
  • interventies gericht op (toekomstig) zelfstandig wonen
  • hulp bij psychische klachten als gevolg van de auditieve beperking

Communicatietraining voor verzekerden met een zintuiglijke handicap valt onder de Zvw voor zover het gaat om het aanleren van vaardigheden. Buiten de Zvw valt het 'inslijpen' van de aangeleerde vaardigheden. Met inslijpen wordt bedoelt: het herhaaldelijk oefenen en het onderhouden van de vaardigheden in de dagelijkse praktijk. Ook zorg die betrekking heeft op het ondersteunen bij het maatschappelijk functioneren valt niet onder de ZG-zorg.

Cliëntsysteem

Ook het ‘systeem’ (gezinsleden, verzorgers) rondom degene met een zintuiglijke beperking kan in aanmerking komen voor onderdelen van ZG-zorg. Wanneer een auditief beperkte bijvoorbeeld in aanmerking komt voor het aanleren van gebarentaal, kunnen zijn gezinsleden hier ook voor in aanmerking komen.
In die gevallen waarin sprake is van ZG-zorg aan het systeem van de cliënt vallen alle kosten onder de verzekering van de cliënt. Als de cliënt een volwassene met een zintuiglijke beperking is, betekent dit dat de kosten dan onder het eigen risico van de cliënt vallen. Wanneer de cliënt jonger is dan 18 jaar is het eigen risico niet van toepassing.

Zorg in verband met een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis

Er is sprake van een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis als de stoornis te herleiden is tot neurobiologische en/of neuropsychologische factoren. Daarnaast is een voorwaarde dat de taalontwikkelingsstoornis primair is. Dat wil zeggen dat andere problematiek (psychiatrisch, fysiologisch, neurologische) ondergeschikt is aan de taalontwikkelingsstoornis. De taalontwikkelingsstoornis wordt gekarakteriseerd door ernstige problemen in taalverwerving van de moedertaal. Het betreft hier dus niet taalverwervingsproblematiek in verband met een tweede taal of anderstaligheid. Of er sprake is van een communicatieve beperking wordt vastgesteld met multidisciplinaire diagnostiek volgens de evidence based FENAC-richtlijnen voor diagnostiek voor vaststelling van een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis.
Bij de zorg bij deze beperking gaat het om kinderen en jong volwassenen tot de leeftijd van 23 jaar. Deze zorg is voor kinderen met ernstige spraak/taalmoeilijkheden. Aan de ouders wordt een behandeling aangeboden die de taalontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling stimuleert.

Wlz-zorg en ZG-zorg

Een verzekerde die Wlz-zorg krijgt thuis of in een Wlz-instelling, kan zintuiglijk gehandicaptenzorg nodig hebben. Deze zorg wordt dan vanuit de Wlz geboden en bekostigd. Screenen van visus of gehoor kan een huisarts, een AVG-arts of een SO (specialist ouderengeneeskunde) doen.  Behandelingsgerichte diagnostiek behoort tot de deskundigheid van de Wlz-behandelaar. Als medisch specialistische kennis nodig is voor diagnostiek en/ of behandeling, dan zal de huisarts, de AVG-arts of de SO de verzekerde verwijzen. Medisch-specialistische zorg valt onder de Zvw.   
Hieronder volgt meer uitleg over:

  • Screenen van gehoor of visus
  • Primaire diagnostiek, aandoeningsdiagnostiek, of differentiaal diagnostiek
  • Aanvullend functioneel onderzoek

Screenen van gehoor of visus

Bij verstandelijk gehandicapten en ouderen komt het vaak voor dat zij minder horen of zien. Daarom vindt regelmatig controle plaats door de huisarts, een AVG-arts (arts voor verstandelijk gehandicapten) of een SO (specialist ouderengeneeskunde). Dit heet in de praktijk periodieke controle voor het screenen van gehoor of visus. Dit screenen behoort tot de deskundigheid van de behandelend arts.

  • Als de huisarts dit doet, valt het onder de huisartsenzorg. Het eigen risico geldt dan niet.
  • Als deze verzekerde verblijf met behandeling krijgt van dezelfde Wlz-instelling waar hij woont, dan valt dit onder de Wlz. 
  • Als de Wlz-behandelaar dit doet als onderdeel van Wlz-behandeling, zoals de AVG-arts of de SO, valt het ook onder de Wlz. Dan maakt het niet uit op welke manier de verzekerde zijn Wlz-zorg geleverd krijgt.

Het resultaat van de periodieke controle kan aanleiding zijn voor diagnostiek, zoals hieronder beschreven.

Primaire diagnostiek, aandoeningsdiagnostiek, of differentiaal diagnostiek

Diagnostisch onderzoek is in beginsel specifieke Wlz-behandeling, voor zover dit binnen het vakgebied van de Wlz-behandelaar past. Het kan zo zijn dat de verstandelijk beperkte, de lichamelijk beperkte of de oudere, zo ernstig gehandicapt is dat bijvoorbeeld problemen met het gehoor of ogen met de instrumenten die de Wlz-behandelaar heeft, niet vast te stellen is. (De diagnostiek van) de beperking gaat dan de deskundigheid van de Wlz-behandelaar te boven. De Wlz-behandelaar verwijst dan de verstandelijk beperkte, de lichamelijk beperkte (bijvoorbeeld met MS) of de oudere naar de oogarts, de KNO-arts of de klinisch fysicus audioloog (KFA) verbonden aan een audiologische centrum, die gespecialiseerde diagnostische middelen beschikbaar heeft. De inzet van deze medische specialistische zorg of van de KFA valt onder de Zvw.

Aanvullend functioneel onderzoek

Een Wlz-behandelaar of Wlz-behandelteam kan onderzoek laten doen of en in hoeverre een verstandelijk beperkte, een lichamelijk gehandicapte of een oudere verzekerde, leerbaar is in het gebruik van alternatieve vormen van communicatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om:

  • het aanleren van Gebarentaal
  • Nederlands ondersteund met gebaren
  • het leren omgaan met een gehoorapparaat of
  • het leren omgaan met hulpmiddelen ter ondersteuning van de ogen (de visus)

Deze aanvullende functionele diagnostiek moet dus inzicht geven in de praktische vaardigheden die de verzekerde (nog) heeft of kan aanleren, gezien zijn beperking. Deze functionele diagnostiek, het adviseren hierover, het aanleren van mogelijke alternatieve communicatievormen en het aanleren van het gebruik van ondersteunende hulpmiddelen valt onder de Zvw en behoort tot de ZG-zorg.

Aanpassen zorgprofiel

Als de communicatie het hoofdprobleem wordt en de verzekerde (met een indicatie anders dan een zorgprofiel uit de ZG-reeks) op basis van zijn zintuiglijke handicap blijvend een speciale benadering nodig heeft, dan kan een herindicatie met een zorgprofiel voor zorg uit de ZG-sector aangewezen zijn.
Als blijkt dat het communicatieprobleem zo ernstig is dat een verzekerde met een verstandelijke handicap afhankelijk is van alternatieve vormen van communicatie en hij is nog leerbaar, dan is het communicatieprobleem waarschijnlijk niet alleen toe te schrijven aan de verstandelijke beperking en wordt wellicht ook voldaan aan de criteria voor een 'grondslag auditief/communicatieve beperking' of de 'grondslag spraak-/taalstoornis'. Bij een aanvraag voor herindicatie zal het CIZ moeten beoordelen of een zorgprofiel uit de ZG-reeks beter passend is.

Eigen risico

Voor ZG-zorg geldt het eigen risico. Meer informatie over het eigen risico staat op de pagina 'Eigen risico (Zvw)'.

Regelgeving

De aanspraak op ZG-zorg staat beschreven in:

Zie ook