Verzekerden kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor hulpmiddelen die nodig zijn bij het toedienen van voeding. De hulpmiddelen worden dan vergoed uit het basispakket (Zorgverzekeringswet (Zvw)).

Hulpmiddelen voor het toedienen van voeding

Voeding kan op drie manieren worden toegediend:

  • Via de mond door middel van een eetapparaat;
  • Via het maagdarmkanaal (enteraal);
  • Via de bloedbaan (parenteraal).

Een eetapparaat  is bedoeld voor verzekerden die hun arm, hand en/of vingers niet goed kunnen gebruiken. Informatie hierover staat ook op de pagina 'Bewegingshulpmiddelen'.

De voedingshulpmiddelen zijn voor verzekerden die een probleem hebben in het spijsverteringskanaal, waardoor ze geen gewone voeding kunnen eten. De volgende voedingshulpmiddelen kunnen voor vergoeding in aanmerking komen:

  • niet-klinisch (buiten het ziekenhuis) ingebrachte sonde met toebehoren;
  • uitwendige voedingspomp met toebehoren;
  • uitwendig toebehoren bij het toedienen van parenterale voeding.

Bij de eerste aanschaf van een uitwendige voedingspomp met toebehoren of een eetapparaat heeft de verzekerde ook recht op de bijbehorende batterijen, accu’s of oplaadapparatuur. De kosten van vervanging van batterijen en oplaadapparatuur komen voor eigen rekening van de verzekerde.

Gebruik uitwendige toebehoren bij het toedienen van voeding

Voorbeelden van toebehoren zijn:

  • aansluitstukken
  • aansluitslangen
  • flessen
  • infuusstandaarden

Als het gaat om parenterale voeding kunnen hier ook aanpriknaalden onder vallen en desinfecterende middelen, tenzij sprake is van farmaceutische hulp.

Daarnaast wordt bij parenterale voeding vaak gebruik gemaakt van bijvoorbeeld:

  • steriele handschoenen
  • nierbekkenschaaltjes
  • spatels 
  • monddoekjes

Deze hulpmiddelen kunnen ook voor vergoeding in aanmerking komen.

Afbakening infuuspompen voor parenterale voeding

Infuuspompen voor parenterale voeding in de thuissituatie vallen tot nu toe onder de hulpmiddelenzorg. Op grond van de criteria voor de afbakening, horen deze infuuspompen bij de geneeskundige zorg.
Het gaat om infuuspompen voor langdurig gebruik, dat wil zeggen dat van tevoren duidelijk is dat de infuuspompen permanent, dus levenslang, noodzakelijk zullen zijn. Ook als niet duidelijk is of de behandeling met de infuuspomp permanent of tijdelijk is, is sprake van ‘hulpmiddelenzorg’.

Het Zorginstituut heeft een standpunt ingenomen over de afbakening van hulpmiddelenzorg en geneeskundige zorg. Dit heeft gevolgen voor de bekostiging van bepaalde hulpmiddelen. Ook voor de infuuspompen voor parenterale voeding in de thuissituatie.

Omdat parenterale voeding op verschillende manieren vergoed kan worden, en in de praktijk discussies bestaan over de plaats van de voeding als zodanig binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw), heeft het Zorginstituut besloten om hier eerst duidelijkheid over te krijgen. Aan de hand hiervan zal vervolgens een besluit worden genomen over de infuuspompen die wordt gebruikt om deze voeding mee toe te dienen.

Eigen risico

De bovengenoemde hulpmiddelen kunnen vallen onder het eigen risico.

Regelgeving

Bovenstaande aanspraak is uitgewerkt in de volgende wetsartikelen: