Als een verzekerde gedurende een dagdeel behandeling of begeleiding ontvangt op een locatie die niet dezelfde is als de locatie waar verzekerde woont, kan de aanspraak ook het vervoer van en naar die locatie omvatten. Indien de begeleiding of behandeling niet op een externe locatie wordt geleverd, bestaat er geen aanspraak op vervoer.

Passend vervoer naar passende dagbesteding

Uitgangspunt is dat de zorgaanbieder (van de dagbesteding of dagbehandeling) verantwoordelijk is voor het bieden van passend vervoer (naar de dichtstbijzijnde passende dagbesteding). De begeleiding die nodig is tijdens dat vervoer maakt daarvan onderdeel uit.

Meer informatie over dagbesteding staat op de pagina 'Begeleiding (Wlz)'.
Wat passende dagbesteding is, staat beschreven in de 'Handreiking passende dagbesteding'.

Vervoer naar verschillende adressen

In de aanspraak op vervoer is niet gespecificeerd dat het gaat om vervoer van het woonadres naar de instelling en terug. Er staat: vervoer van en naar de instelling. Het komt voor dat een kind 2 woonadressen heeft, zoals bij co-ouderschap. Of dat een verzekerde (tijdelijk) woont op een logeeropvangadres. In dergelijke situaties is vervoer van en naar dat adres onderdeel van de aanspraak, mits er sprake is van doelmatige zorg (artikel 3.2.1, eerste lid van de Wet langdurige zorg). Het zorgkantoor moet hierop toezien.

Vervoer vergoed via Zvw

Vervoer kan in enkele gevallen worden vergoed via de Zvw. Kijk voor meer informatie op de pagina 'Vervoer (Zvw)'.

Vervoer op grond van de Wmo

Wanneer een verzekerde zich voor sociale contacten wil verplaatsen, maar niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer, kan een beroep worden gedaan op de gemeente (Wmo) voor het sociaal vervoer.

Regelgeving

Vervoer voor behandeling of begeleiding in de Wlz staat beschreven in:

Zie ook