De Wlz biedt verzekerden de mogelijkheid om zorg en verblijf als integraal pakket af te nemen. De Wlz is bedoeld voor verzekerden die blijvend permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben en biedt dan ook een integraal pakket aan zorg. Verzekerden kunnen ervoor kiezen dit integrale pakket thuis te genieten. Zij kunnen dan kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb), een volledig pakket thuis (vpt) of een modulair pakket thuis (mpt).

Zorgprofielen

Het Wlz-pakket omvat onder andere persoonlijke verzorging, begeleiding en verpleging als vormen van zorg. Of en in welke mate je aanspraak hebt op deze functies is afhankelijk van welk zorgprofiel is geïndiceerd (door het CIZ wordt het best passende zorgprofiel geïndiceerd) en welke samenhangende zorg daarbij hoort. Deze zorgprofielen staan in de Regeling langdurige zorg. Deze zorgprofielen zijn globaal omschreven en niet uitgedrukt in uren zorg per week. Concretisering van de benodigde zorg gebeurt in de zorgplanbespreking tussen verzekerde en zorgaanbieder.

Persoonlijke verzorging

Bij persoonlijke verzorging gaat het net als in de AWBZ om het ondersteunen of overnemen van zelfzorg bij mensen met een aandoening of beperking. Persoonlijke verzorging is gericht op het opheffen van het tekort aan zelfredzaamheid van de cliënt. Dit kan ook inhouden dat de cliënt wordt gestimuleerd om deze activiteiten zelf te doen en aan te leren.

Volgens de Memorie van Toelichting wordt onder persoonlijke verzorging hetzelfde verstaan als onder het regime van de AWBZ.

Als een verzekerde niet voldoet aan de criteria voor de Wlz en is aangewezen op persoonlijke verzorging, dan valt dit afhankelijk van de situatie onder de Wmo of onder de Zvw (als er sprake is van een hoog risico op geneeskundige zorg).

Zelfzorg

Het uitgangspunt van het Zorginstituut is dat alles wat mensen gebruikelijk aan zelfzorg uitvoeren, persoonlijke verzorging is. Dat geldt niet alleen voor de persoonlijke verzorging die iedereen nodig heeft, zoals tandenpoetsen, wassen en aankleden, maar ook voor de persoonlijke verzorging die nodig is in verband met een gezondheidsprobleem, zoals een stoma.

Het onderscheid tussen de zorgvormen verpleging en persoonlijke verzorging loopt niet parallel met de historische taakverdeling tussen verpleegkundigen en verzorgenden. Bij de vraag tot welke zorgvorm iets hoort, is het beroep van de zorgverlener dus niet van belang. De Kwaliteitswet zorginstellingen bepaalt dat de geleverde zorg verantwoord moet zijn. De zorg moet dus worden geleverd door iemand die bekwaam is. Verder stelt artikel 96 van de Wet BIG het strafbaar om zonder noodzaak (kans op) schade te veroorzaken bij de individuele gezondheidszorg.

Kijk voor de afbakening van de persoonlijke verzorging ten opzichte van verpleging bij Verpleging (verder op deze pagina).

Hulp en begeleiding bij persoonlijke verzorging en hygiëne

  • Wassen (geheel of gedeeltelijk, in bed, douche of aan de wastafel), haren wassen.
  • Opmaken van het bed bij een bedlegerige patiënt.
  • Hulp en begeleiding bij aan- en uitkleden.
  • Hulp bij het aanbrengen of aantrekken van hulpmiddelen, prothesen, elastische kousen.
  • Hulp en begeleiding bij toiletgang, hulp bij het aanleggen van een urinaal, hulp bij het op de po gaan, verwisselen van incontinentiemateriaal.
  • Hulp en begeleiding bij onder andere: mond- en gebitsverzorging (waaronder prothese), scheren, hand- en voetverzorging, sieraden omdoen, enz.

Hulp en begeleiding bij eten en voeding

  • Hulp bij het eten en drinken.
  • Toedienen van sondevoeding.

Hulp bij beweging en houding

  • Hulp en begeleiding bij transfers (bijvoorbeeld in/uit bed, bed-stoel, in/uit bad).
  • Hulp bij wisselliggingen.
  • Hulp bij houding in bed, stoel, enz.

Hulp bij huidverzorging

  • Reguliere huidverzorging.
  • Smetten voorkomen en verzorgen van smetplekken (roodheid en irritaties van de huid).
  • Voorkomen decubitus/verzorgen niet-open huid.
  • Verzorgen van stoma en andere onnatuurlijke lichaamsopeningen bij intacte huid, enz.

Hulp bij medicijngebruik

  • Aanreiken van medicijnen.
  • Hulp bij innemen medicijnen.
  • Zalf/crème aanbrengen op een intacte huid, enz.

Opheffen of compenseren van tekort aan zelfredzaamheid

Het opheffen of compenseren van een tekort aan zelfredzaamheid om zelfzorgactiviteiten als wassen, aan- en uitkleden, eten en drinken uit te voeren behoort ook tot persoonlijke verzorging. Met opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid wordt bedoeld ervoor zorgen dat iemand weer zelfredzaam wordt, bijvoorbeeld een ergotherapeut die degene leert zichzelf weer aan te kleden.

Het compenseren van een tekort aan zelfredzaamheid is gericht op het overnemen van taken. Alleen als daarbij een specifieke aanpak nodig is met een programmatische opbouw en inzet van deskundigheid op het niveau van behandelaar, is er geen sprake van persoonlijke verzorging.

Stimuleren of aanleren van zelfzorghandelingen

Persoonlijke verzorging houdt niet alleen het overnemen van zelfzorgtaken in. Het kan ook zijn dat de verzekerde moet worden gestimuleerd om die taken zélf uit te voeren of die handelingen moet aanleren. Voor zover dit geen specifieke programmatische aanpak vereist (door bijvoorbeeld een ergotherapeut), valt dit onder de functie persoonlijke verzorging. Ook het aanleren van zelfzorgactiviteiten zoals het toedienen van sondevoeding hoort hierbij.

Voetverzorging/pedicure

In de Wlz gaat het om verzekerden met blijvend behoefte aan permanent toezicht, 24 uur per dag zorg in de nabijheid, begeleiding, verpleging, overname van zelfzorg of overname van taken. Gesteld kan worden dat deze ernstig zorgbehoeftige doelgroep verzekerden voor de noodzakelijke voetverzorging/voetzorg naar aard, inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen op de Wlz. De noodzakelijke voetverzorging/voetzorg is meestal onderdeel van de Wlz. In bepaalde gevallen komt de zorg ten laste van de Zvw. We leggen hieronder uit hoe de voetzorg in verschillende situaties geregeld is.

  1. Mensen die nog in staat zijn om zelf hun voeten te verzorgen, doen dat zelf. Dit wordt zelfzorg genoemd.
  2. Bij mensen die niet meer in staat zijn om zelf hun voeten te verzorgen, neemt de instelling de noodzakelijke zorg over; overnemen van zelfzorg is persoonlijke verzorging (PV).
  3. Voor mensen met verblijf en behandeling in dezelfde instelling is alle noodzakelijke voetverzorging (overnemen van zelfzorg) onderdeel van de Wlz-zorg. Ook de medische zorg bij bijvoorbeeld diabetesvoeten is onderdeel van Wlz-zorg.
  4. Iemand die geen behandeling in dezelfde instelling krijgt, heeft wel aanspraak op het overnemen van zelfzorg door de Wlz-instelling (PV, zie onder 2). Als geneeskundige zorg nodig is, zoals bij diabetesvoeten het geval kan zijn, dan is dit zorg vanuit de Zorgverzekeringswet (huisartsenzorg, ketenzorg). De kosten van die geneeskundige voetzorg zijn dan niet voor rekening van de Wlz-instelling. In de zorgpolis van de bewoner staat welke zorg wordt vergoed en hoe de procedure voor vergoeding is geregeld.

De Wlz-instelling dient kwalitatief verantwoorde zorg te bieden. Het is aan de instelling om aan de hand van professionele standaarden te bepalen wie de voetverzorging/voetzorg die tot de Wlz-zorg behoort op een verantwoorde manier kan bieden. Bij mensen zonder voetproblemen kan een verzorgende of een pedicure de voetverzorging bieden. Bij voetproblemen zal meer deskundigheid nodig zijn van bijvoorbeeld een gespecialiseerde pedicure of een podotherapeut. De instelling betaalt de kosten van de noodzakelijke voetverzorging/voetzorg. Een instelling mag voor die zorg geen kosten aan de verzekerde in rekening brengen, omdat het om verzekerde zorg gaat.

Voetverzorging/voetzorg bij VPT, MPT of PGB

Voor verzekerden die Wlz-zorg thuis krijgen (vpt, mpt en pgb) is de informatie onder punt 4 van toepassing.

Begeleiding

Onder begeleiding worden activiteiten verstaan waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven.

Begeleiding kan ook toezicht omvatten. Toezicht en zorg in de nabijheid zijn kernbegrippen in de Wlz. Het bieden van toezicht buitenshuis kan nodig zijn voor de regie over het eigen leven of deel uitmaken van de ondersteuning van dagelijkse levensverrichtingen, en valt daarom onder de definitie van begeleiding. Het kan ook gaan om begeleiding bij recreatieve en sociaal-culturele activiteiten.

De recreatieve en sociaal-culturele activiteiten op zichzelf vallen niet onder begeleiding. Bij feitelijk verblijf in de instelling horen wel enige sociaal-culturele activiteiten. Het gaat dan om een alternatief voor het normale sociale leven dat mensen gebruikelijk hebben. Iemand die thuis woont met een Wlz indicatie voorziet zelf in zijn recreatieve en sociaal-culturele activiteiten en geestelijke verzorging. Als een verzekerde daar met gebruik van zijn netwerk niet zelf in kan voorzien, kan hij wellicht een beroep doen op de algemene voorzieningen uit de Wmo. Algemene voorzieningen staan ook open voor mensen met een Wlz-indicatie.

De omvang van de inzet van de begeleiding moet passen binnen een zorgplan waarbij de zorg verantwoord en doelmatig kan worden verleend.

Onderscheid begeleiding en behandeling

Van behandeling is sprake als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke deskundigheid is vereist. De behandeling is niet alleen op herstel gericht, maar kan ook gericht zijn op voorkomen van verergering, waaronder begrepen het leren omgaan met (de gevolgen van) een aandoening, voor zover de interventie gestructureerd is, programmatisch is, en zich richt op een specifiek behandeldoel.

De functie begeleiding omvat het inslijpen van de in de behandeling aangeleerde vaardigheden en gedrag door het (herhaald) toepassen in de praktijk. Bij begeleiding gaat het om het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid. Voor (de begeleiding bij) dit oefenen is geen specifieke vaardigheid vereist.

Het begrip zelfredzaamheid

Volgens kenniscentrum Vilans is zelfredzaamheid het vermogen om dagelijks algemene levensverrichtingen zelfstandig te kunnen doen, bv. wassen, aankleden en koken. Daarnaast hanteert Vilans het begrip 'psychosociale zelfredzaamheid': het vermogen tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis, bij winkelen, vrijetijdsbesteding, in relatie met vrienden, collega’s enz.

Vormen van begeleiding

Bevorderen, behouden of compenseren van zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid is het vermogen om dagelijks algemene levensverrichtingen zelfstandig te kunnen doen. Begeleiding richt zich op de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden die de verzekerde in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. Bijvoorbeeld door te oefenen met vaardigheden of het aanbrengen van structuur. Ook praktische ondersteuning is mogelijk, bijvoorbeeld het aanreiken van zaken aan een rolstoelgebonden persoon.

Begeleiding kan bijvoorbeeld ook gaan om het compenseren en actief herstellen van het beperkt of afwezige regelvermogen. Er wordt dan bijvoorbeeld hulp geboden bij het plannen van activiteiten, regelen van dagelijkse zaken, het nemen van besluiten en het structureren van de dag.

Toezicht en interventie

Toezicht en interventie wordt geboden in de vorm van correctie van het gedrag bij gedragsstoornissen die hun oorsprong vinden in de grondslagen: een psychogeriatrische aandoening, een verstandelijke handicap of een psychische stoornis.

Interventies kunnen ook activerend van aard zijn, zoals het stimuleren om bepaalde activiteiten te ondernemen of sociale contacten te onderhouden. Het verschil met behandeling is dat er geen sprake is van een programmatische benadering om een specifiek doel te bereiken, maar van een voortdurende situatie, waarin nog bestaande (of door behandeling herwonnen) functionaliteit wordt onderhouden of ingeslepen door herhaling.

Begeleiding kan op verschillende manieren worden ingezet

Directe omgeving

Begeleiding kan zich ook richten op de directe omgeving van de verzekerde. De begeleiding is dan gericht op het aanleren van vaardigheden of gedrag van de verzorger(s) hoe om te gaan met de gevolgen van de aandoening, stoornis of beperking van de verzekerde.

Individueel of in groepsverband

Begeleiding in groepsverband kan aangewezen zijn omdat de verzekerde vanwege de aard, omvang en duur van zijn beperkingen niet in staat is om tot een vorm van dag structurering te komen, ook niet door bijvoorbeeld onderwijs of arbeid. Deze begeleiding (in dagdelen) wordt aangeduid met de term 'BG-groep'. BG-groep is een integraal pakket, dat alle persoonlijke verzorging, verpleging, behandeling op de achtergrond en individuele begeleiding (BG-ind) omvat, die tijdens de BG-groep moet worden gegeven.

Maaltijden op gebruikelijke tijdstippen maken onderdeel uit van begeleiding in dagdelen. Er mag hiervoor geen bijdrage van de verzekerde worden gevraagd.

Voor vervoer naar dagbesteding (een dagdeel begeleiding) zie de pagina over vervoer.

Passende dagbesteding

Onder passende dagbesteding verstaan we: de match tussen datgene wat de cliënt nodig heeft in combinatie met zijn/haar wensen (vraag) en de ‘randvoorwaarden en kenmerken’ waaraan dagbesteding voldoet (aanbod). De keuze voor een bepaalde vorm van dagbesteding komt tot stand in overleg tussen cliënt en zorgaanbieder.

Zie voor meer informatie de Handreiking passende dagbesteding.

Begeleiding bij vervoer naar dagbesteding in geval van verblijf

Als een verblijfsinstelling op basis van zijn toelating naast verblijf ook behandeling en begeleiding in dagdelen levert, kan een verzekerde uit het oogpunt van doelmatigheid die dagbesteding niet bij een andere zorgaanbieder betrekken ten laste van de Wlz. De verblijfsinstelling mag die dagbesteding wel elders inkopen ten laste van haar eigen budget. De verblijfsinstelling moet daarbij verantwoord vervoer naar die dagbesteding bieden. Dat houdt in dat de verblijfsinstelling zonodig voor begeleiding bij het vervoer zorgt.

Verpleging

Verpleging in de Wlz omvat verpleegkundige zorg. Het gaat daarbij in de Wlz vooral om het uitvoeren van verpleegkundige handelingen maar het kan, afhankelijk van de zorgzwaarte van de cliënt, ook gaan om signalerende, begeleidende en voorlichtende taken of het oefenen in zelfzorg.

Als een verzekerde niet voldoet aan de criteria voor de Wlz en is aangewezen op verpleging, dan valt dit onder de Zvw (verzekerde prestatie ‘Verpleging in de wijk’).

Afbakening van de aanspraak

Binnen de Wlz is verpleging af te bakenen van persoonlijke verzorging en van begeleiding. Daarnaast is verpleging op grond van de Wlz af te bakenen van verpleging Zvw.

Onderscheid verpleging en persoonlijke verzorging

Voor het onderscheid tussen verpleging en persoonlijke verzorging geeft de aard van de zorg de doorslag. Het onderscheid loopt niet parallel met de historische taakverdeling tussen verpleegkundigen en verzorgenden.

Het uitgangspunt is: alles wat mensen gebruikelijk aan zelfzorg uitvoeren is persoonlijke verzorging. Dat geldt niet alleen voor de persoonlijke verzorging die iedereen nodig heeft zoals bijvoorbeeld wassen, maar ook voor de persoonlijke verzorging die nodig is vanwege een gezondheidsprobleem, zoals een stoma.

Bij de afbakening tussen verpleging en persoonlijke verzorging is het beroep van de zorgverlener niet van belang. De Kwaliteitswet zorginstellingen bepaalt dat de geleverde zorg verantwoord moet zijn. De zorg moet dus worden geleverd door iemand die bekwaam is. Verder stelt artikel 96 van de Wet BIG het strafbaar om zonder noodzaak (kans op) schade te veroorzaken bij de individuele gezondheidszorg.

Toedienen van medicatie

De apotheek moet medicijnen in een voor de verzekerde passende vorm aanleveren. Als dat mogelijk en nodig is, moet de apotheek de medicijnen gedoseerd afleveren, bijvoorbeeld in een weekdoos. Het aanreiken of toedienen van medicijnen behoort tot persoonlijke verzorging. Ook het toedienen van medicatie bij een intacte huid (zalf, oog- oor- en neusdruppels) valt onder persoonlijke verzorging.

Toedienen van medicatie is verpleging als de huid niet intact is, zoals bij injecteren en het aanbrengen van medicatie op een niet-intacte huid.

Sondes en katheters

Het inbrengen en verwijderen van sondes, katheters en dergelijke is verpleging. Vloeistoffen of stoffen via sondes, katheters en dergelijke inbrengen of laten afvloeien, bijvoorbeeld voeding of blaasspoeling, is persoonlijke verzorging.

Verzorging lichaamsopeningen

Het inspecteren, schoonhouden en verzorgen van natuurlijke en onnatuurlijke lichaamsopeningen (stoma, tracheastoma, insteekopening PEG-sonde) bij een intacte huid is persoonlijke verzorging. Bij een niet-intacte huid is het verpleging.

Ook het verzorgen van wonden valt onder verpleging.

Uitvoeren voorbehouden handelingen

Het uitvoeren van voorbehouden handelingen in opdracht van een arts is verpleging. Vereiste is wel dat aan voorwaarden als bekwaamheid en duidelijke opdracht is voldaan.

Onderscheid tussen verpleging en begeleiding

De aard van de zorg bepaalt of het gaat om verpleging of begeleiding. Het beroep van degene die de zorg levert, is niet van belang. Verpleegkundigen leveren ook zorg die onder begeleiding valt.

Het aanleren van verpleegkundige handelingen valt onder verpleging.

Afbakening Wlz en Zvw

Verpleging op grond van de Wlz omvat in principe alle verpleegkundige zorg, ook de verpleging die noodzakelijk is vanwege een medisch specialistische behandeling, bijvoorbeeld als de medisch specialist wondverzorging of het toedienen van injecties voorschrijft. De leveringsvorm is niet van belang. Alleen in uitzonderlijke situaties, waarbij de medisch specialist de verpleegkundige zorg direct aanstuurt, kan de verpleging ten laste van de Zvw komen.

Onder directe aansturing verstaat het Zorginstituut dat de medisch specialist direct opdracht geeft voor de verpleegkundige handelingen, daarvoor aanwijzingen geeft, waarbij het toezicht en de mogelijkheid tot tussenkomst door de medisch specialist voldoende is geregeld. Zie voor meer informatie het volledige standpunt.

Een voorbeeld is de chronische beademingszorg. Het medische beleid rond beademingszorg is zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden. Ook de hiermee samenhangende verpleegkundige handelingen maken onderdeel uit van deze zorg. Deze zorg behoort daarom tot het wettelijke regime van de Zvw, ongeacht waar de cliënt verblijft, en ongeacht of hij wel of niet toegang heeft tot de Wlz.

Benodigdheden voor verpleging (en/of verzorging)    

Benodigdheden voor de verpleging (en/of verzorging), zoals steriele handschoenen, pincetten en jassen voor wondverzorging, vallen onder verpleging (en/of verzorging). Ze komen ten laste van de zorgaanbieder.