Verzekerden die thuis zelf hun medicijnen toedienen, hemodialyse uitvoeren of bloedstollingstijden opmeten, kunnen aanspraak maken op een vergoeding van bepaalde kosten.

Infuuspompen

Een verzekerde heeft recht op een draagbare, uitwendige infuuspomp met toebehoren als in de thuissituatie een geneesmiddel via de bloedbaan (parenteraal) moet worden toegediend. Het gaat hierbij om een geneesmiddel dat via de basisverzekering wordt vergoed.

Als het geneesmiddel in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) staat (farmaceutische zorg), wordt de infuuspomp die gebruikt wordt bij de toediening hiervan, vergoed door de zorgverzekeraar.

Als het gaat om een geneesmiddel dat onder de medisch-specialistische zorg valt, dat wil zeggen vergoed wordt vanuit het ziekenhuis, valt de infuuspomp die hierbij wordt gebruikt ook onder de medisch-specialistische zorg. De vergoeding loopt dan via het ziekenhuis.

Onder toebehoren vallen onder meer fixatiemateriaal, ontsmettingsmiddelen, verbindingsslangetjes en naalden. Bij de eerste aanschaf van een uitwendige infuuspomp heeft de verzekerde ook recht op de bijbehorende batterijen. Vervanging van die batterijen is echter voor eigen rekening.

Infuuspompen die bedoeld zijn voor het toedienen van insuline vallen onder de diabeteshulpmiddelen. Kijk voor meer informatie op de pagina Diabeteshulpmiddelen.

Injectiespuiten of injectiepennen

Een verzekerde heeft recht op injectiespuiten of injectiepennen. Iemand met een ernstige motorische handicap of een verminderd gezichtsvermogen die daardoor geen 'normale' injectiespuit of -pen kan gebruiken, heeft recht op een aangepaste spuit of pen. Dit geldt alleen als de verzekerde een aandoening heeft waardoor hij langdurig van deze middelen gebruik moet maken.

Als het geneesmiddel in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) staat (farmaceutische zorg), wordt de injectiespuit of -pen die gebruikt wordt bij de toediening hiervan, vergoed door de zorgverzekeraar.

Als het gaat om een geneesmiddel dat onder de medisch-specialistische zorg valt, dat wil zeggen vergoed wordt vanuit het ziekenhuis, valt de injectiespuit of -pen die hierbij wordt gebruikt ook onder de medisch-specialistische zorg. De vergoeding loopt dan via het ziekenhuis.

Bijkomende middelen die bedoeld zijn om het injecteren te vergemakkelijken of comfortabeler te maken, behoren over het algemeen niet tot de aanspraak.

Op de zogenoemde hogedrukspuiten heeft een verzekerde alleen in zeer bijzondere gevallen recht. De effecten op langere termijn van het gebruik van deze spuit zijn namelijk niet bekend.

Injectiespuiten of -pennen die bedoeld zijn voor het toedienen van insuline vallen onder de diabeteshulpmiddelen. Kijk voor meer informatie op de pagina Diabeteshulpmiddelen.

Hemodialyse-apparatuur thuis

De apparatuur die nodig is voor hemodialyse in de thuissituatie valt niet onder de hulpmiddelenzorg, maar onder de medisch-specialistische zorg. Dit betekent dat de apparatuur ter beschikking wordt gesteld door het ziekenhuis of het dialysecentrum.

Ook het noodzakelijke toebehoren om het apparaat te laten functioneren, de regelmatige controle en onderhoud (met inbegrip van de chemicaliën en vloeistoffen die nodig zijn voor de thuisdialyse), het opleiden van degenen die de dialyse uitvoeren of daarbij behulpzaam zijn, de ondersteuning en de begeleiding vanuit het dialysecentrum, en de noodzakelijke gebruiksartikelen die redelijkerwijs hierbij nodig zijn, vallen onder medisch-specialistische zorg. Voorbeelden van noodzakelijke gebruiksartikelen zijn: een krukje, een vloerbeschermer en een weegschaal.

De vergoeding voor noodzakelijke woningaanpassingen en de redelijk te achten kosten die rechtstreeks met de thuisdialyse samenhangen (water, elektriciteit enz.), komen nog wel in aanmerking voor vergoeding vanuit de hulpmiddelenzorg.

Zelfmeetapparatuur voor bloedstollingstijden

Een verzekerde heeft recht op een zelfmeetapparaat met toebehoren voor stollingstijden van het bloed als iemand voor langere tijd daarop aangewezen is of wanneer de persoon door werkzaamheden niet in staat is om zich te laten controleren bij de trombosedienst.

Toebehoren bij deze apparatuur zijn de teststrips, een vingerpriksysteem met lancetten, en vloeistof voor kwaliteitscontrole. Ook de opleiding om het apparaat zelfstandig te gebruiken, de begeleiding bij de metingen en het geven van adviezen over de toepassing van geneesmiddelen ter beïnvloeding van de bloedstolling vallen onder de vergoeding.