Logeeropvang is kortdurend verblijf voor mensen met een volledig pakket thuis (vpt), modulair pakket thuis (mpt) of persoonsgebonden budget (pgb) om één of meer mantelzorgers te ontlasten van de zorg van verzekerde. Verzekerden die in een instelling verblijven, hebben geen recht op logeeropvang.

Inhoud van logeeropvang

Onder logeeropvang valt logeerverblijf, het verstrekken van eten en drinken, het schoonhouden van de logeerruimte en andere ruimten waarvan de verzekerde tijdens zijn verblijf gebruik maakt, en roerende voorzieningen.

Doel en omvang logeeropvang

Het doel van logeeropvang is ontlasting van de mantelzorg. Logeeropvang is in omvang beperkt tot maximaal 156 etmalen per jaar (in de praktijk betekent dat 156 nachten logeren). Het aantal van 156 nachten per jaar is gebaseerd op maximaal 3 nachten per week, maar het is mogelijk logeeropvangdagen te “sparen”, zodat langere logeerperiodes mogelijk zijn als de mantelzorger daaraan behoefte heeft. Met andere woorden: per kalenderjaar heeft een verzekerde aanspraak op maximaal 156 nachten logeeropvang, die hij gedurende het jaar naar behoefte kan inzetten. Als een indicatie tijdens het kalenderjaar ingaat, wordt het maximum aantal logeeropvangdagen voor dat jaar bepaald door het aantal weken waarvoor het indicatiebesluit in dat jaar geldt met 3 te vermenigvuldigen.

Beschermende woonomgeving

Bij logeeropvang gaat het om logeren in een voor verzekerde beschermende woonomgeving waarin hij samenhangende zorg ontvangt.

Verzekerden met een vpt of mpt kunnen logeeropvang alleen afnemen bij een door de Wlz-uitvoerder gecontracteerde aanbieder.

Afbakening met Wmo en Jeugdwet

Volwassenen en jeugdigen met beperkingen die thuis zorg ontvangen, maar geen Wlz-indicatie hebben, zijn voor logeeropvang (ontlasting mantelzorg) aangewezen op de voorzieningen die hun gemeente daarvoor treft op grond van de Wmo en de Jeugdwet.

Regelgeving