Verzekerden met gehoorverlies komen in aanmerking voor vergoeding van één of meerdere hulpmiddelen die de gehoorfunctie verbeteren.

Hoortoestellen

Hoortoestellen en maskeerders tegen oorsuizen (tinnitus) vallen onder de basisverzekering. Of de verzekerde voor een hoorhulpmiddel vanuit de basisverzekering in aanmerking komt, hangt af van de ernst van de slechthorendheid. Een verzekerde kan voor een hoortoestel in aanmerking komen bij een gehoorverlies van ten minste 35dB of ernstig oorsuizen.

Keuzeprotocol hoorzorg

Zorgverzekeraars hebben, in samenwerking met audiciens, wetenschappers, en de patiëntenvereniging NVVS een Keuzeprotocol ontwikkeld. Het uitgangspunt is dat een eenvoudige oplossing wordt geboden waar dat mogelijk is, en een complexe oplossing als dat noodzakelijk is. Met toepassing van het Keuzeprotocol hoorzorg krijgt de verzekerde het hoortoestel dat hij nodig heeft bij zijn beperking.

Eigen bijdrage en eigen risico

Verzekerden van 18 jaar en ouder betalen 25% van de aanschafkosten van hun hoortoestellen, oorstukjes en tinnitusmaskeerders zelf.
Voor kinderen tot 18 jaar geldt sinds 1 januari 2016 geen eigen bijdrage meer voor hoortoestellen, oorstukjes en tinnitismaskeerders.

De kosten van vervanging van batterijen of accu’s komen voor eigen rekening van de verzekerde. Ook de periodieke onderhoudsbeurten bij hulpmiddelen die in eigendom zijn uitgegeven, komen voor eigen rekening van de verzekerde.

De overige kosten worden vergoed door de zorgverzekeraar. Hoorhulpmiddelen vallen onder het verplicht eigen risico.

(Deels) Geïmplanteerde hoortoestellen

Er bestaan ook hoortoestellen die (deels) worden geïmplanteerd. Voorbeelden hiervan zijn de middenoorimplantaten, cochleaire implantanten en de beengeleiderimplantaten. Deze hoortoestellen vallen onder de geneeskundige zorg . Vergoeding loopt dan via het ziekenhuis. Lees meer over geneeskundige zorg op de pagina 'Medisch specialistische zorg'.

Overige hoorhulpmiddelen

Het is ook mogelijk om een eenvoudig luisterhulp vergoed te krijgen in plaats van een hoortoestel.

Als hoortoestellen of tinnitusmaskeerders de hoorfunctie onvoldoende verbeteren, kan een verzekerde ook in aanmerking komen voor andere hoorhulpmiddelen. Bijvoorbeeld:

  • FM geluidsoverdrachtssystemen
  • IR overdrachtssystemen
  • ringleidingshulpmiddelen
  • soloapparatuur
  • wekapparatuur en waarschuwingsapparatuur

Slechthorenden kunnen ook aanspraak maken op communicatieapparatuur, zoals teksttelefoons, beeldtelefoons of speciale software om te kunnen teksttelefoneren.

Computers en internetfuncties zoals e-mail, chat en sms kunnen ook gezien worden als communicatieapparatuur. Deze hulpmiddelen komen niet voor vergoeding in aanmerking. Dit zijn algemeen gebruikelijke hulpmiddelen of voorzieningen.

Hoorhulpmiddelen voor arbeid- of onderwijssituaties

Aanvullende apparatuur voor slechthorenden voor de arbeids- of onderwijssituatie kan vanuit de basisverzekering verstrekt worden. Alle persoonlijke hulpmiddelen in de vorm van aanvullende apparatuur (eventueel meeneembaar naar een volgende werkgever of thuis) waarbij sprake is van draadloze signaaloverdracht (connectivieit) met een hoortoestel of trilmechanisme vallen onder de basisverzekering (volledige hooroplossing). Alle andere ‘middelen’ om de werkplek voor een slechthorende aan te passen, zoals verbetering van akoestiek door geluiddempende materialen, vallen niet onder de basisverzekering.

Regelgeving

Bovenstaande aanspraak is uitgewerkt in de volgende wetsartikelen: