Vanaf 1 januari 2013 is geriatrische revalidatiezorg (GRZ) onderdeel van de Zvw. Tot 2013 was deze zorg geregeld in de AWBZ.

Kwetsbaarheid en complexe multimorbiditeit

Kwetsbaarheid en complexe multimorbiditeit zijn omschreven in de Toelichting bij het Besluit van houdende wijziging van onder meer het Besluit zorgverzekering, en het Besluit zorgaanspraken AWBZ in verband met maatregelen 2013 in het zorgpakket (Stb. 2012, 512).

Er is sprake van kwetsbaarheid als er een gelijktijdige afname is op meer gebieden van het vermogen om weerstand te bieden aan fysieke belasting en bedreigingen door omgevingsinvloeden, waarbij sprake is van verlies aan vitaliteit, zowel lichamelijk als geestelijk.

Er is sprake van complexe multimorbiditeit als de aanwezigheid van ziekten, stoornissen, beperkingen en handicaps leidt tot het verlies van welbevinden, waarbij de oorzaken van de problemen moeilijk te ontrafelen zijn en de effecten van de behandeling van de afzonderlijke ziekten anders kunnen zijn dan verwacht.

Doelgroep geriatrische revalidatiezorg

De geriatrische revalidatie richt zich op kwetsbare ouderen met multimorbiditeit die in het ziekenhuis een medisch-specialistische behandeling hebben ondergaan, bijvoorbeeld als gevolg van een beroerte of botbreuk of voor een nieuwe knie of heup, maar nog niet in staat zijn terug te keren naar huis. Deze geriatrische patiënten kunnen aangewezen zijn op multidisciplinaire geriatrische revalidatiebehandeling met als doel terugkeer naar huis.

Cumulatieve voorwaarden voor de geriatrische revalidatie zijn dat deze geriatrische zorg binnen één week moet aansluiten op het verblijf in het ziekenhuis en dat de verzekerde vóór de ziekenhuisopname niet in een verpleeghuis verbleef. Bovendien moet de geriatrische revalidatie bij aanvang gepaard gaan met verblijf.

Aanspraak op geriatrische revalidatie kan ook bestaan zonder voorafgaand ziekenhuisverblijf. Dit als sprake is van een acuut opgetreden aandoening, die, evenzo acuut, leidt tot stoornissen in de mobiliteit en/of achtergang in de zelfredzaamheid.

Om te beoordelen of sprake is van een dergelijk acuut opgetreden aandoening dient een geriatrische assessment plaats te vinden (multidomeinbenadering, diagnostiek en opstellen behandelplan) tijdens een behandeling door een klinisch geriater en/of internist ouderengeneeskunde op de eerste hulp of via een spoedconsult op een geriatrische polikliniek.

Ziekenhuisverblijf

Voor de terminologie met betrekking tot het ziekenhuisverblijf is aangesloten bij wat in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering is geregeld. Onder ziekenhuisverblijf valt ook het eerste jaar verblijf in een revalidatie-instelling, psychiatrisch ziekenhuis of GGZ-instelling. Voor de terminologie met betrekking tot het verblijven in een verpleeghuis is aangesloten bij de terminologie die in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg is gehanteerd, namelijk dat er sprake is van verblijf en behandeling in dezelfde instelling.

Als de geriatrische revalidatie start, is er geen indicatie meer voor het verblijf in verband met medisch-specialistische zorg. De cliënt kan nog wel onder controle van de medisch-specialist zijn en de DBC voor de ziekenhuiszorg hoeft dus nog niet te zijn afgesloten. Wel is de behandeling voor de aandoening waarvoor geriatrische revalidatie is aangewezen aan de specialist ouderengeneeskunde overgedragen.

Overplaatsing vanuit een revalidatiecentrum voor MSR

Een cliënt, die is opgenomen in een revalidatiecentrum voor Medisch Specialistische Revalidatie (MSR), maar achteraf bezien GRZ had moeten krijgen, kan alsnog worden overgeplaatst voor GRZ. Verblijf in een revalidatie-instelling valt ook onder verblijf als bedoeld in de Zvw. Bij de verwijzing/indicatiestelling in het ziekenhuis is het van belang dat er goed gekeken wordt naar de trainbaarheid van een patiënt alvorens deze te plaatsen in de MSR of GRZ. Wanneer gedurende de behandeling de medische omstandigheden van de cliënt veranderen en hiermee de indicatie kan het zorgaanbod hierop aangepast worden. Het is niet wenselijk om voor eenzelfde zorgvraag de patiënt te behandelen voor zowel MSR en GRZ.

Continueren met dagbehandeling GRZ na MSR is niet aan de orde, omdat er geen indicatie voor GRZ zal zijn.

Zorg tijdens proefverlof

Proefverlof tijdens geriatrische revalidatiezorg is mogelijk. De zorgaanbieder kan een afwezigheidsdag registreren als een cliënt met proefverlof gaat. De cliënt blijft tijdens het proefverlof onder verantwoordelijkheid van de specialist ouderengeneeskunde, de zorg wordt geregeld en betaald vanuit de instelling.

Ambulante GRZ

Aansluitend aan intramurale GRZ kan ambulante behandeling, poliklinisch of in de vorm van dagbehandeling, geïndiceerd zijn.

GRZ voor een niet direct belastbare of minder belastbare cliënt

Juist de (zeer) geringe belastbaarheid karakteriseert de doelgroep van de GRZ: de kwetsbare, multimorbide geriatrische patiënt. Als er sprake is van een situatie waarbij de medisch-specialistische behandeling nog niet is afgerond dan is behandeling in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van de medisch-specialist aangewezen. Als de medisch-specialistische behandeling is afgerond, kan GRZ zijn aangewezen voor deze cliënt, de GRZ moet op maat worden aangeboden.

GRZ na een acuut delier

Een delier is een ernstig symptoom van onderliggende ziekte en vereist adequate medisch-specialistische diagnostiek en behandeling in het ziekenhuis. Als er sprake is van een delier is het aannemelijk dat er sprake is van kwetsbaarheid (en waarschijnlijk ook multimorbiditeit). Aansluitend kan verzekerde, mits redelijkerwijs aangewezen, na behandeling van het delier en de onderliggende medische problematiek in het ziekenhuis, in aanmerking komen voor verwijzing voor GRZ.

Opname in verpleeghuis voor het instellen van medicatie

Het instellen op medicatie - bijvoorbeeld bij de ziekte van Parkinson - valt niet onder de GRZ. Verzekerde voldoet niet aan de cumulatieve voorwaarden van de aanspraak op GRZ. De verantwoordelijkheid voor het instellen van Parkinson-medicatie ligt bij de neuroloog en vindt veelal ambulant plaats, al of niet in combinatie met extramurale fysiotherapie en/of ergotherapie. Ook is dagbehandeling binnen de Wlz mogelijk.

Enkelvoudige zorg zonder GRZ-indicatie

Als een cliënt in principe enkelvoudige paramedische zorg (bijvoorbeeld fysiotherapie) nodig heeft, bijvoorbeeld na behandeling van een beenbreuk in het ziekenhuis, en er dus geen indicatie bestaat voor GRZ, kan na onyslag uit het ziekenhuis extramurale fysiotherapie kan aangewezen zijn. De eerste 20 behandelingen vallen niet onder de basisverzekering en zijn voor eigen rekening. Als er noodzaak is voor verpleging of verzorging in de thuissituatie (ook tijdens ambulante GRZ) kan hiervoor een aanvraag worden ingediend bij de zorgverzekeraar (wijkverpleging) of bij de gemeente (persoonlijke verzorging, als alleen sprake is van hulp bij douchen en aankleden).

Hulpmiddelen tijdens en na geriatrische revalidatiezorg

Belangrijk is om onderscheid te maken tussen outillage-hulpmiddelen en individuele hulpmiddelen. Een instelling die GRZ aanbiedt, moet toegerust zijn om die zorg te bieden. Dat wil zeggen dat bepaalde voorzieningen (standaard) aanwezig moeten zijn, als outillage (uitrusting, materieel) voor het verblijf in en de zorgverlening door de instelling.

Individuele hulpmiddelen zijn hulpmiddelen die niet of alleen na kostbare individuele aanpassingen door verschillende personen na elkaar te gebruiken zijn.

In onderstaande notitie legt het Zorginstituut uit wanneer een hulpmiddel onderdeel is van de GRZ-zorg, en wanneer niet.