Een verzekerde kan onder voorwaarden in aanmerking komen voor hulpmiddelen om iemand te alarmeren. Alarmeringsapparatuur kan vergoed worden uit het basispakket (Zorgverzekeringswet, Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz)  en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Alarmeringsapparatuur in de Zvw

Alarmeringsapparatuur moet het zelfstandig wonen mogelijk maken als:

  • een verzekerden sociaal redzaam is, en
  • redzaam is in de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL-redzaam), maar
  • lichamelijk gehandicapt is en door ziekte of gebrek een verhoogd risico loopt in een noodsituatie terecht te komen.

Een verzekerde met een lichamelijke beperking kan voor deze apparatuur in aanmerking komen als:

  • voor de persoon een duidelijke noodzaak bestaat om in geval van nood onmiddellijk medische of technische hulp van buitenaf in te roepen, en;
  • de persoon bovendien gedurende langere tijd op zichzelf aangewezen is, en;
  • de persoon niet in staat is in een noodsituatie de telefoon zelfstandig te bedienen.

De hier bedoelde apparatuur bestaat uit een draagbaar zendertje met een alarmknop die om de hals wordt gedragen. In geval van nood kan de verzekerde gedurende 24 uur per dag op de alarmknop drukken voor hulp van een hulpverlener.

Uitgesloten van vergoeding

Bewakingsapparatuur ter voorkoming van wiegendood komt niet in aanmerking voor vergoeding vanuit de basisverzekering. Deze apparatuur komt voor eigen rekening van de verzekerde.

Alarmeringsapparatuur in de Wmo

Alarmeringsapparatuur kan ook worden aangeschaft, omdat dit bijvoorbeeld een gevoel van veiligheid geeft in verband met (hoge) leeftijd. De alarmeringsapparatuur valt dan niet onder het basispakket. De verzekerde kan dan een verzoek indienen bij de gemeente waar hij woont.

Eigen risico

Alarmeringshulpmiddelen vallen onder het eigen risico.

Regelgeving

De aanspraak op hulpmiddelen voor alarmering staat beschreven in:

Zie ook